Grenzen aan de gulzigheid
Voedingsdeskundige Jaap Seidell vindt een suikertaks of een verbod op kindermarketing niet betuttelend
Obesitas Mensen zijn gulzig, en de voedingsindustrie is dat ook. Jaap Seidell maakte van zijn afscheidsrede als hoogleraar een boek over de échte oorzaken van overgewicht.
In de jaren tachtig heette obesitas nog vetzucht. Als je te veel eet, word je dik. Eigen schuld, dikke bult. Nog steeds zijn er dokters en diëtisten die denken dat afvallen een kwestie van wilskracht is. Maar de wetenschap is er inmiddels wel uit: dat we te veel eten, komt door veel meer dan genen, opvoeding en verkeerde keuzes. Het is een normale reactie in een abnormale, ongezonde omgeving.
Grenzen aan de gulzigheid van Jaap Seidell refereert aan Grenzen aan de groei, het beroemde rapport van de Club van Rome dat in 1972 waarschuwde dat een groeiende wereldbevolking de aarde opvreet. Vraatzucht hielp de mens in tijden van schaarste te overleven, maar nu worden we er ziek van.
Seidell trekt de metafoor door: een kleine groep voedsel- en landbouwbedrijven – denk aan Nestlé of Cargill – domineert het voedselaanbod. En landen zetten voedsel in als geopolitiek wapen. Het komt allemaal door een ongebreidelde honger naar geld en macht.
Iets dergelijks kwam ook aan bod in Andere kost, dat hij met Jutka Halberstadt schreef. Hoewel dat voor een breder publiek geschreven leek, met minder beleidsjargon, dan Grenzen aan de gulzigheid, een uitwerking van Seidells afscheidsrede als hoogleraar.
Seidell weet dat veel mensen hem een moraalridder vinden. Als je zegt dat kinderen „normen en waarden” moeten meekrijgen, en dat we onze drang om altijd meer te willen moeten beheersen, hangt daar een zweem van superioriteit omheen. „Ik ben me bewust van de moralistische lading die dergelijke uitspraken kunnen hebben.” Maar hij doet het toch.
Het aanpakken van overgewicht met een suikertaks of een verbod op kindermarketing is niet betuttelend, is zijn mantra al jaren. Daarmee beschermt de overheid het recht van burgers om echt vrij te kunnen kiezen voor gezond eten. Want in een wereld waar marketing, prijs en een enorme overvloed aan junkfood onze keuzes sturen, is die vrijheid kleiner dan de levensmiddelenindustrie beweert.
Op de cover staat een hamburger met broccoli. Beledigende broccoli, vinden sommigen: als je zegt dat mensen gewoon broccoli moet eten in plaats van frikandel, heb je geen idee van armoede. Vijf frikandellen kosten bij Albert Heijn 1,49 euro, een stronk broccoli 2,79 euro. Dan weet je wat verstandig is als je rood staat.
Genen en hormonen
Seidell heeft in zijn loopbaan steeds meer oog gekregen voor maatschappelijke oorzaken van obesitas. Op zijn weg van jonge onderzoeker naar hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam zoomde hij steeds verder uit: van het individu met z’n genen en hormonen, naar de omgeving en ten slotte naar politieke en financiële krachten.
Hij vertelt niks nieuws als hij zegt dat mensen in minder rijke buurten korter en ongezonder leven. Als je obesitas wilt aanpakken, betoogt hij, moet je armoede bestrijden. Wie geeft hem ongelijk. Het punt is alleen: iedereen die een beetje thuis is in de problematiek, weet heus wel wat er mis is. En de mensen die Seidell wil overtuigen, zullen zijn boek niet zo snel lezen.
Zijn onderzoek naar obesitas zette hij steeds vaker op mét de mensen over wie het ging, in buurten waar kinderen soms alleen groente tegenkomen in de schooltuin. Zijn meest spectaculaire bevindingen, schrijft Seidell, kwamen uit het onderzoek naar voedseleducatie. Als kinderen leren koken en eten wat ze zelf hebben gezaaid en geoogst, gaan ze ook echt vaker gezond eten. „We’ve got to get ourselves back in the garden”, zo citeert Seidell als kind van zijn tijd zangeres Joni Mitchell.
Vooral de tweede helft lijkt wel geschreven op Red Bull. Korte hoofdstukjes met stellige beweringen, zonder bron of extensieve onderbouwing. Het verraadt iets van zijn ongeduld: iedereen weet wat al zo lang wat nodig is, waarom is er nog steeds geen slimme suikertaks of verbod op kindermarkting?
Maar door de haast – als het haast was – zijn er ook veel herhalingen, beleidstermen en opsommingen uit rapporten in de tekst blijven staan. En kleine foutjes – Sheila Sitalsing schreef niet in NRC over betutteling en beschaving, maar is columnist van de Volkskrant.
De eerste helft van het boek heeft meer samenhang. Seidell beschrijft extensief bij welke commissies, onderzoeken en rapporten hij allemaal betrokken was. Je zou bijna denken dat de emeritus hoogleraar een ijdele man is. Maar feit is: Seidell wás overal bij, en leverde een grote bijdrage aan de kennis over voeding en gezondheid. Hij voorspelde dat obesitas een wereldwijde epidemie zou worden. Hij bewees (met Martijn Katan) dat kinderen aankomen van cola. Hij was erbij toen de overheid in 2018 met bedrijven en gezondheidsorganisaties het zogeheten ‘preventie-akkoord’ sloot, om Nederland gezonder te maken.
Lobbyisten
Seidell zag als wetenschappelijk adviseur tijdens die onderhandelingen bij vrijwel elk bezoek de lobbyisten van de voedingsindustrie uit de kamer van de staatssecretaris komen. Eerder had hij van binnenuit meegemaakt hoe multinationals als Coca Cola en Nestlé via hun eigen ‘wetenschappelijk’ instituut mondiale gezondheidsorganisaties en overheden bespelen om onwelgevallige regelgeving te vertragen en af te zwakken.
Dáár wordt het pas echt interessant. De manieren waarop bedrijven de wetenschap in twijfel trekken, beleid beïnvloeden en meestribbelen om wettelijke maatregelen te voorkomen, daar kan Seidell vast een apart boek over schrijven. De tactieken, de trucjes, de juridische druk: hoe concreter de voorbeelden, hoe ontluisterender het wordt. Wetgeving tegen kindermarketing is al bij voorbaat afgezwakt, volgens Seidell doordat de commercie altijd als eerste geconsulteerd wordt als er nieuwe regelgeving komt. Commerciële belangen zijn beter beschermd dan volksgezondheidsbelangen, concludeert hij.
Grenzen aan de gulzigheid is geen geschiedenisboek. Het nieuwe kabinet was nog niet begonnen of de federatie van de Nederlandse levensmiddelenindustrie trok alles uit de kast om verpakkingsheffing en suikertaks te voorkomen. Met de bekende frames: duurdere boodschappen, lastenverzwaring, concurrentiepositie van Nederlandse producenten, onuitvoerbaar en ondoelmatig.
Het komt Seidell ongetwijfeld allemaal bekend voor. Maar al lijken sommige strategieën sterk op die van andere ongezonde en vervuilende industrieën, minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VVD) kent misschien nog niet de hele trukendoos. In minder dan tweehonderd bladzijden kan de nieuwe preventieminister zich helemaal laten bijpraten.
We willen allemaal gezond(er) leven. Maar in het huidige voedselsysteem wordt het ons niet makkelijk gemaakt. De ongezonde producten schreeuwen ons toe vanaf de schappen en in reclames. Op stations en in winkelstraten word je verleid tot de aankoop van snacks. Reden voor het Voedingscentrum om zelfs een campagne tegen ‘eetdrammen’ te beginnen. Mensen met een lage sociaaleconomische status worden bovendien nog zwaarder getroffen door deze ‘obesogene omgeving’, doordat gezond eten vaak duurder is en moeilijker te verkrijgen. Dit leidt tot obesitas, diabetes en andere chronische welvaartsziektes.
Voedselprofessor Jaap Seidell werd er soms bijna moedeloos van: als hij de minister adviseerde, zaten na zijn afspraak de lobbyisten van Big Agro en voedselfabrikanten al te wachten. Bijná moedeloos, want Seidell is een optimistisch mens. In Grenzen aan de gulzigheid toont hij hoe een gezondere en duurzamere voedselomgeving mogelijk is.
| Uitgever | Atlas Contact, Uitgeverij |
|---|---|
| Auteur(s) | Jaap Seidell |
| ISBN | 9789045052540 |
| Bindwijze | Paperback |
| Aantal pagina's | 192 |
| Datum van verschijning | 20260219 |
| NRC Recensie | 3 |
| Breedte | 127 mm |
| Hoogte | 201 mm |
| Dikte | 18 mm |