Op een zondagmiddag klimt Garritdina Nijhof in de danszaal op een klapstoel, tikt met een theelepel tegen een glas en roept dat haar dochter hier zaterdag trouwt. De hele zaal, met warm buffet erbij, en wie er zondags komt dansen is welkom.Niemand heeft haar iets gevraagd. Hanske werkt 's nachts in het brood en had om een nieuwe keuken gevraagd; de man met wie ze trouwt kan die nacht worden weggebeld om zout te rijden. De vloer van de zaal ligt nog half in het zand, en het geld komt uit een boekje waar maar één naam op staat. De hare.Dan gaat er een lijst rond in de bus en komen er meer namen op dan er stoelen staan. Achter de zaal lopen moeder en dochter naast elkaar over de klinkers, onder een paraplu die niet opengaat. Wat van een klapstoel is afgeroepen, moet er van dezelfde stoel ook weer af.Dit boek is door AI gegenereerd.