KliFi

Adriaan van Dis
21,99
Op voorraad
SKU
9789025470869
Besproken in NRC
Bindwijze: BC
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Adriaan van Dis
ISBN9789025470869
BindwijzeBC
Aantal pagina's208
Datum van verschijning20210216
NRC Recensie3 ballen
Breedte150 mm
Hoogte231 mm
Dikte20 mm
NRC boeken recensie

Een Nederland-van-overmorgen met dystopische trekjes

Adriaan van Dis In zijn toekomstroman van Nederland-van-overmorgen decoreert Adriaan van Dis zijn romanwereld met gepolijste opinieretoriek.

De schrijver is boos. Ex-bibliothecaris en amateurprozaïst Jákob Hemmelbahn heeft de pen ter hand genomen omdat er een klimaatramp heeft plaatsgevonden. Een orkaan liet rivieren buiten de oevers treden en uiterwaarden vollopen en De Kuil, een klimaatvluchtelingenkamp, is overstroomd – er zijn doden gevallen. In het Nederland van dan, 2030, wordt dat verzwegen en zelfs gecensureerd door de zittende president, een ‘Nar’ die zijn redevoeringen in kapitalen naar zijn onderdanen tweet. Hemmelbahn, 84 jaar, had zich teruggetrokken in zijn rustige buitengebied, maar kan niet langer stilzitten.

Adriaan van Dis (1946) schiep een Nederland-van-overmorgen met dystopische trekjes voor zijn speculatieve toekomstroman KliFi, de eerste van die soort in zijn oeuvre. Die trekjes zijn overduidelijk uitvergrotingen van hedendaagse maatschappelijke angsten: een klimaatramp, een autocratisch populist die heerst over een mak volk, vrijheidsbeknotting dankzij technologie. Dus: ‘Het parlement was een doorgeefluik van emoties geworden.’ En: ‘Hele bibliotheken werden opgedoekt – bewaarplaatsen van het geheugen; computerwolken hadden die rol overgenomen –, met één muisklik uit te wissen.’

Zo decoreert Van Dis zijn romanwereld in het gepolijste proza van een pamflet: opinieretoriek, waarin de dingen worden gezegd om te imponeren met hun schoonheid, eerder dan met hun waarachtigheid. Dat voelt aan het begin van KliFi als een probleem, want tja, zou het? Er worden hier doemclichés opgelepeld – en die maken het flauw. Zo schiet de roman niet in strijdtenue, maar in clownskostuum uit de startblokken. En dat terwijl de vertelling voor satire ook weer niet grappig of bijtend genoeg is. De toekomstschets is soms juist zouteloos: ‘Iedereen verschanste zich in het schuttersputje van zijn eigen gelijk.’

Slinks
De woede lijkt toch oprecht. Verreweg het langste hoofdstuk bestaat uit Jákobs boekstaving van de verhalen van drenkelingen. ‘Kwetsbaren portretteren, ze zelf aan het woord laten, hij was er vol van…’ Maar dat gaat niet vanzelf: ‘Het moesten mensen van vlees en bloed worden. Invoelbaar. Wat zochten ze in De Kuil, wat dreef ze? Hoe hielden ze zich staande? Zoveel vraagtekens.’ Daar loopt de roman wel tegen een wezenlijke kwestie aan: een verhaal beklijft pas als het een menselijk gezicht krijgt, maar het klimaat is een verhaal zonder gezichten, schreef Amitav Ghosh al in de klimaatfictiebeschouwing The Great Derangement (Van Dis las het, getuige de verantwoording). Wel zijn er slachtoffers, maar wrang genoeg hebben die allemaal vergelijkbare verhalen – om nog maar te zwijgen over toe-eigening. Daarmee gaat ook dat hoofdstuk met portretten, sommige heel levendig lyrisch, in zijn toch eentonige veelheid ten onder.

Er spreekt wel een steeds pregnanter gevoel uit de roman: wanhoop over de onmachtige woede van de schrijver. Waarmee ik zowel Hemmelbahn als Van Dis bedoel – de twee lopen slinks door elkaar, tot op fragmentniveau, hier in de fraaie vrije indirecte rede: ‘Hij moest en zou dat boek schrijven! Om het goed te maken. Een vuist in woorden. Hij zou slinks te werk gaan. Hij zag het voor zich. De omslag, de titel, zijn naam. IJdele voornemens en visioenen op de rand van zijn bed. Hij liet zich achterovervallen en viel snurkend in slaap. Diep in hem gromde een man van de daad.’ Wereldverbeteraar Hemmelbahn drinkt een slok en gaat op stok – en in die laatste zin lijkt Van Dis hem in zijn hemd te zetten.

Zou dat het zijn? Was de woede de hele tijd al een farce, onwaarachtig en vergeefs? Gaat KliFi eigenlijk over onmacht? Omdat de literatuur niet anders kán dan machteloze hulp bieden, omdat ‘we’ er niet in slagen ons te interesseren voor de harde werkelijkheid – ijdel als onze motieven zijn, gevoelig als we zijn voor retoriek, lekkere verhalen en kokette zinnetjes? Dan is KliFi ultiem cynisch.

Ik kan dat toch niet helemaal geloven, van de progressief geëngageerde Van Dis. Tot in de voorlaatste zin wordt gepoogd de doem af te wenden: ‘Misschien kunnen we het noodlot samen nog een knietje geven, al trappelen de presidenten wel in de coulissen’, staat er strijdlustig. Literair interessanter, want dubbelzinniger, wordt de boodschap wel dankzij de slotzin: ‘Zijn verhaal is opgetekend – een schot in de lucht.’ Een (mislukte) aanklacht of diep cynische satire – je kunt met KliFi twee kanten op. Het is aan de lezer.

19-02-2021 Thomas de Veen

Bestanden bij dit product
Back to top