Nachtroer

Charlotte Van den Broeck
20,00
Op voorraad
SKU
9789029510219
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
iets in het vlees, uren na het schot nog, zal pulseren tot ook dat op is, herinnering aan een hartslag welk dier hielden we ons voor te willen raken? we jaagden altijd al op elkaar in onszelf

Dit zijn gedichten als nomadische behuizingen. Het woord 'nachtroer', de naam van een Antwerpse nachtwinkel, vormt het vertrekpunt van deze tweede bundel van Charlotte Van den Broeck. De gedichten worden aangedreven door een diep verlangen naar ontheemding, verdwijning, naar een opgaan in de permanente stroom van het tomeloze leven.
Meer informatie
Auteur(s)Charlotte Van den Broeck
ISBN9789029510219
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's88
Datum van verschijning20170131
NRC Recensie2 ballen
Breedte171 mm
Hoogte205 mm
Dikte8 mm
NRC boeken recensie

In Nachtroer, de tweede bundel van Charlotte Van den Broeck, treedt de dichter naar buiten. In de imponerende openingsafdeling is die beweging gedwongen, vanwege het stuklopen van een liefde. In deze reeks komt haar ragfijne gevoel voor ritme naar voren:

een goochelaar zaagt me in twee stukken en klapt me open naar het publiek, mijn lege romp onthuld na de nacht, na de slagwaarin ik generaal en sterveling werd, grond en organen verloorjou vergat door de trompetten van de optocht in mijbij het achteromkijken al zag ik hoe je je jas van de kapstok zou nemeneen klein finaal gebaar, de teleurgang tussen schouderbladen

In de gedichten uit deze cyclus rijgt de dichter herkenbare taal in rap tempo aaneen met als gevolg een voelbare verstikking. Het herkenbare wordt zo duister en verraderlijk, zoals het beeld van de goochelaar.

Het is echter jammer dat het dwingende en grillige in de rest van de bundel ontbreekt. Die gedichten krijgen veel meer ruimte om te ademen. Ter illustratie citeer ik het gedicht ‘Aquarium’ in zijn geheel:

Kijkin het raam van de hotelkamer waarachter de stad hijgt, trilt ons gezichthet is lillend blauw en bedrukt met vurige monden

niet ver genoeg gereisdom wat voorbij is te redeneren tot een verschijnselhet ligt tussen ons in, schreit om vorm en adem

en ik mag niet slapenik moet je bevrijden, nacht aan nachtzwem ik dezelfde punten aan elkaarniet eens tot sterrenbeeld

Deze gedichten verkrijgen hun vorm door het invoegen van rustpunten, zoals na ‘Kijk’ of wat ‘schreit om vorm en adem’. Er is hier geen verstikking, maar verstilling, ook omdat de gedichten witregels hebben en niet bestaan uit door komma’s aaneengerijgde beelden en regels.

Gevolg is echter dat deze gedichten minder urgent aanvoelen dan die eerste acht, waarin Van den Broeck beklemming en hoogspanning adequaat en krachtig weet te communiceren. Wat ze schrijft in ‘VII’, geldt voor de hele bundel: ‘iets in het vlees, uren na het schot nog, zal pulseren / tot ook dat op is, herinnering aan een hartslag’.Nachtroer vangt aan met woest en radeloos pulseren, maar lost uiteindelijk op in de vage herinnering.

Back to top