Suikerbastaard

Jaap Scholten
26,50
Op voorraad
SKU
9789492928146
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Een wervelende roman over drie met elkaar vervlochten levens, het eeuwige verlangen en reizen naar het grote onbekende. Frederik leeft teruggetrokken in een Roemeens dorp. Overdag knapt hij oude schuren op, ’s avonds zwerft hij weemoedig door de lege slaapkamers van zijn kinderen. Op een avond verschijnt een zwarte man in het televisieprogramma Spoorloos en beweert een zoon van zijn grootvader te zijn. De claim zorgt voor beroering bij de Duponts en dwingt Frederik naar de Hoorn van Afrika af te reizen om de man te zoeken. Een jeugdliefde staat erop hem te vergezellen. In de jaren vijftig en zestig trokken tientallen jongens van Machinefabriek Dupont naar het Abessinië van Keizer Haile Selassie en stampten er suikerfabrieken uit de grond. De fabrieksjongens kwamen in een ruig, sprookjesachtig universum terecht; ze hadden ineens bediendes, paarden, vrouwen, motoren, auto’s. Ze waren koningen. Maar koningen voor korte duur. Zodra het driejarig contract afliep moesten ze terug naar de stempelklok, de draaibank en de boerenkool in Hengelo. Eén van de jongens kon dat niet. Suikerbastaard is gebaseerd op de nauwelijks bekende geschiedenis van een immense Hollandse onderneming in de binnenlanden van Ethiopië en raakt aan de ingewikkelde verhouding tussen Europa en Afrika, tussen zwart en wit, de dominante positie die Nederland vijftig jaar geleden in Ethiopië innam en die nu door China is overgenomen, de teloorgang van Nederlands grootindustrie, de onmogelijkheid van behoud van onschuld. Suikerbastaard is een hoogsteigen en hybride roman. Scholten speelt op geraffineerde wijze met de grenzen tussen feit en fictie. Zo wordt deze grote roman een ode aan Hollandse inventiviteit en industrieel avontuur, een zoektocht naar een vader en een romantische roadtrip door het woeste Ethiopië. 'In enkele aangrijpende hoofdstukken schetst Scholten de twintigste-eeuwse historie van Ethiopië, die eindigde in een bloedige terreur. Het is knap hoe hij die grote geschiedenis steeds verknoopt met het persoonlijke verhaal van zijns hoofdpersonages, en indirect van hemzelf, de schrijver. Suikerbastaard is een indrukwekkende roman om diep in weg te zinken.' - HP/De Tijd
Meer informatie

NRC

NRC
Auteur(s)Jaap Scholten
ISBN9789492928146
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's576
Datum van verschijning20200619

Boeken attributen

Boeken attributen
NRC Recensie2 ballen
Breedte126 mm
Hoogte200 mm
Dikte39 mm
NRC boeken recensie
Ineens is daar die halfbroer uit Ethiopië Jaap Scholten Het verleden komt knap dichtbij in het verhaal over een Twentse twintiger die naar Ethiopië ging. Maar zo’n geschiedenis garandeert nog geen overtuigende roman. Als de roman Suikerbastaard na 170 bladzijden aan een heel nieuw verhaal begint, over andere personages in een andere tijd, heb je in de gaten waar het Jaap Scholten om begonnen was: dít is het verhaal dat hij wilde vertellen. Het verhaal van Marinus Hilbrink, een Twentse twintiger die eind jaren zestig naar Ethiopië trok, met een groep collega’s uit de Hengelose fabriek van Dupont, om daar een nieuwe suikerfabriek uit de grond te stampen. De voorbereidingen, zijn reis en verblijf komen in trefzekere scènes voor het voetlicht – en nog mooier zijn de brieven van Marinus naar zijn liefje thuis. Hij schrijft soms wat onbeholpen, zonder komma’s, maar des te levendiger is het verslag: ‘Ik zit in een hotel zoiets moois heb je van je leven nog niet gezien met bogen overal.’ Op z’n Twents schetst hij een onsympathiek type als iemand met ‘een boordje om en zwil in de oren’. Het verleden komt knap dichtbij, in de ruim tweehonderd bladzijden die het middenstuk en het hart vormen van Suikerbastaard. Je begint al bijna teleurgesteld te raken dat dit historische verhaal toch haast niet verzonnen kán zijn, of dat Jaap Scholten (1963) wel een genie moet zijn als hij die brieven gefingeerd heeft. En toch, als je de verantwoording achterin de roman moet geloven, is dat laatste het geval. Scholten heeft slechts ‘enige zinnen overgenomen’ uit de ‘Abessinië-verslagen van Stork-jongens’ en uit de privécorrespondentie van één van hen. Marinus Hilbrink is een fictief personage. In dat opzetje is Scholten dus geslaagd: hij roept het verleden van de Twentenaren die Stork-suikerfabrieken neerplantten in Ethiopië zo levendig op dat je het gevoel krijgt met een waarachtig geschiedenisboek te maken te hebben. Tussenpersoon Dat is Scholtens pakkie-an: hij baseerde eerdere romans op werkelijke verledens, meestal met een persoonlijke link, hij ontving de Libris Geschiedenis Prijs voor zijn internationaal opgepikte Kameraad Baron (2011), over de Transsylvaanse adel in de tweede helft van de twintigste eeuw. Scholten lardeerde dat verhaal uitvoerig met verslagen van eigen reizen door Oost-Europa. Ook bij het ontstaan van Suikerbastaard zal hij zich dat hebben bedacht: dat alleen die uitsnede uit de geschiedenis, van Stork in Afrika vanaf eind jaren zestig, onvoldoende stof zou zijn voor een roman. Marinus Hilbrink trekt naar Ethiopië – en dan? De suikerfabriek wordt probleemloos opgericht, van een uitbarsting van koloniale spanningen is nog geen sprake. Waar is dan de motor van het verhaal? Het enige conflict in Marinus’ verhaal is de afstand tot zijn liefje in Twente, maar dat is te dun: dat heeft verder niets met Ethiopië te maken. Bastaard Dus legt Scholten in de roman weer een persoonlijke link. De eerste 170 bladzijden en de laatste 160 gaan over Frederik Spengler, sinds jaar en dag Scholtens literaire alter ego. De industriëlenfamilie Dupont (een fictionalisering van Stork dus, waarvan Scholten via moederskant telg is) wordt opgeschrikt door het opduiken van een vermeende halfbroer: een voorvader zou een bastaard verwekt hebben. Om dat uit te zoeken gaat Spengler op reis. In Addis Abeba krijgt hij te maken met een tussenpersoon die verrassend veel weg heeft van Daniel Hoek, die de hoofdpersoon was in de geweldige film The Bastard (2018) van Floris-Jan van Luyn (ook over een bastaard in Ethiopië). Maar het botert in de roman niet zo tussen deze Michael en Spengler, dus in de verantwoording worden hij noch Van Luyns documentaire genoemd. Zo gaat de roman vrij moeizaam van start: die vermeende bastaard zou een interessante aanjager van de intrige kunnen zijn, maar je voelt aan alles dat het op niets gaat uitlopen (en inderdaad, mini-spoiler: de bastaard is geen familie), en intussen ligt de aandacht van Spengler al veel meer bij zijn reisgenoot. Zijn jeugdliefje Mila had out of the blue contact opgenomen, omdat ze óók achter een Ethiopische voorvadergeschiedenis aan zit – ze reizen samen, waarbij de nodige verlangens uit het verleden wakker geschud worden. Zo plat als het is: hij wil graag met haar naar bed, maar worstelt met het feit dat hij een vrouw thuis heeft. Hij worstelt overigens ook met Michael, die óók interesse heeft in Mila. Kletsende westerling Maar wat wil je ook, zou je zeggen: de voornaamste karaktertrekken die Mila toegedicht krijgt zijn haar flirterigheid en welgevormdheid, ze is een soort ouderwetse Bondgirl. Dat is misschien nog wel het moeizaamste aan de Spengler-delen van de roman: de oppervlakkigheid. Die zit ‘m in Spenglers onironisch veroordelende blik – hij beziet en beoordeelt op grond van uiterlijkheden, van vrouwen tot onbetrouwbare of luie Afrikanen (ach en wee bij de langzame visumuitgifte) en hangt de kletsende westerling uit, wel begaan maar niet werkelijk geïnteresseerd. Hij beklaagt de Ethiopiërs om de inmenging van Chinese en Saoedische industriëlen, kan zomaar uitbarsten in uitgekauwde tirades over ‘de vernietiging van de middenklasse door globalisering en automatisering’. Hij is een columnist in het diepst van zijn gedachten, die ons deelgenoot maakt van inzichten als: ‘Het belang van je plek van geboorte en familie en al dan niet aanwezig financieel, cultureel en sociaal kapitaal zijn nog altijd onontkenbaar.’ Om nog maar te zwijgen over enig bijdetijds, postkoloniaal bewustzijn: ‘tolerante’ Spengler wuift vooroordelen weg (‘In welke godheid mensen geloven of welke huidskleur ze hebben, maakt voor mij geen donder uit’). Het is dus een verademing als Spengler plaatsmaakt voor Marinus Hilbrink. Cappuccino En een domper als Spengler en Mila tweehonderd bladzijden later weer terugkeren. Spenglers bastaardintrige was al afgerond, nu is het Mila’s beurt om haar wortels te zoeken (waar Spengler dan een beetje bij hangt). Haar afwezige vader hoorde tot de Dupont-jongens; het laat zich raden om wie het gaat. Wat Suikerbastaard dan nog biedt, zijn vleugjes Ethiopische geschiedenis, de revolutie die zich tegen keizer Haile Selassie keerde, het bloedige Derg-regime – en de verwondering daarover bij Spengler: ‘Ik lees en besef dat we níéts wisten. […] Het ergste wat ons land in die jaren trof, waren autoloze zondagen en treinkapingen.’ Tja: dat referentiekader, zijn positie als tussenpersoon, als filter, maakt dat je uiteindelijk nóg weinig te weten komt. De geschiedenis beperkt zich tot mededelingen in telegramstijl, waarna zich wel weer een gesprekje met Mila aandient over de kwaliteit van de cappuccino (niet best, uiteraard). Ook omdat het Scholten in dat laatste deel om iets anders te doen lijkt: hij is meer een reizende verhalenverteller dan een romancier. Suikerbastaard is een boek voor wie graag exotische plaatjes aan zich voorbij ziet trekken à la Lucinda Riley, voor wie even uiteengezet wil krijgen hoe het voor een beginner is om qat te kauwen en voor wie likkebaardt bij een James Bond-achtige romance. Maar voor een wezenlijk verhaal, waarin alles ertoe doet en dat beklijft omdat het onder de oppervlakte tast, grijp je hier mis. 2020-06-19 Thomas de Veen
Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (939.44 kB)
Back to top