In de kelder onder de bakkerij staan de dozen met de kasboeken van haar vader. Ozlem moet ze opruimen, want het huis boven moet leeg en haar moeder verhuist. In plaats daarvan legt ze ze op de keukenvloer, in rijen, en begint te lezen.Haar vader schreef alles op, met een lat en een balpen, en zijn cijfers helden naar achteren alsof ze tegen de wind in gingen. Wat er in de zaak kwam, en wat eruit ging zonder dat er een rekening bij hoorde. Tussen de vaste lasten staat haar eigen naam, met een streep erachter die zegt dat hier niets hoeft te worden opgeteld.Op haar werk zet ze de hele dag uren naast tarieven voor vrouwen die hun eigen personeelsnummer niet weten. Haar broers rekenen in ovens en in kramen. Niemand van hen weet nog dat zij is begonnen te tellen.Dit boek is door AI gegenereerd.