De reparatie van de wereld

Slobodan Šnajder
29,99
Op voorraad
SKU
9789028450462
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving

Georg Kempf is een Kroaat met Duitse wortels. In de Tweede Wereldoorlog wordt hij als 'Volksduitser' door de SS ingelijfd en trekt hij door Polen. Maar hij deserteert en komt terecht bij een Pools-Russische sabotage-eenheid. Na de oorlog keert hij terug naar zijn geboorteland. Daar ontmoet hij de liefde van zijn leven, Vera.


Vera en Kempf hadden elkaar moeten doden als ze elkaar in de oorlog waren tegengekomen want Vera is een Kroatische communiste, die als partizaan tegen de nazi's vocht. Ze zetten een zoon op de wereld, de verteller van de roman, maar het besef dat ze ooit vochten in twee kampen die elkaar op leven en dood bestreden, leidt tot een steeds grotere vervreemding en de ondergang van hun huwelijk.


Kempf worstelt zijn hele leven met de vraag: wie ben ik, bij wie hoor ik, hoe moet ik leven? Hij wordt zich bewust van een treurige historische continuïteit: 'altijd hetzelfde', verzucht hij in de jaren negentig tijdens de Joegoslavische burgeroorlog. Altijd hetzelfde, een constatering actueler is dan ooit.


De reparatie van de wereld is een grote historische roman en een tragische familiesaga. Hij beschrijft het lot van een vrouw en een man die voor elkaar bestemd leken te zijn. Maar op de puinhopen van naoorlogs Midden-Europa ontkomt niemand aan de last van het verleden.


'De reparatie van de wereld is [...] een bijna mythische mini-familieroman, een grimmige schelmenroman, een schrijnende liefdesroman, een ontluisterend portret van een huwelijk, een ontzagwekkende historische roman (over Kroatië, de Tweede Wereldoorlog, het naoorlogse communisme) en, tot slot, een bijna weemoedige ideeënroman over herinnering, engagement, migratie, identiteit, de existentiële betekenis van kunst en over de grote vraag wat we nu eigenlijk aan moeten met het leven.' ***** de Volkskrant

'Deze epische roman [...] kun je zonder twijfel een meesterwerk uit de Europese literatuur noemen .Scènes in deze roman [kunnen] wedijveren met grote werken uit de wereldliteratuur als Leven en Lot en Oorlog en vrede.' ***** NRC

'Om lang en traag van te genieten, machtig als de stroom van de Donau [...] een groots verhaal van onze twintigste eeuw.' Vreme (Belgrado)


'Het bezit de historische weidsheid van De stille Don van Sjolochov en een rijkdom aan stijlen en registers zoals men hoogstens nog bij Ulysses van Joyce kan aantreffen.' Politika (Belgrado)


'Prachtig en verschrikkelijk.' Corriere della sera


'Een indrukwekkende familieroman over de noodlottige vervlechting van geschiedenis en lot, van toeval en wil, van geluk en ongeluk.' Neue Zürcher Zeitung

'Binnen de Kroatische en Europese literatuur een absoluut hoogtepunt.' Zlatno runo (Zagreb)

Meer informatie
Auteur(s)Slobodan Šnajder
ISBN9789028450462
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's480
Publicatie datum20201123
NRC Recensie5 ballen
Breedte151 mm
Hoogte231 mm
Dikte40 mm
NRC boeken recensie

‘Het dronken soldatenvolk stort zich op de vrouwen en in elk kippenhok wordt er een verkracht’

Grote Europese roman Deze epische roman (●●●●●) over een allesverwoestende oorlog kun je zonder twijfel een meesterwerk uit de Europese literatuur noemen.

Van de filosoof Hegel is de uitspraak dat de gelukkigste momenten uit de geschiedenis van een volk als lege bladzijden moeten worden beschouwd. De verteller in de roman De reparatie van de wereld van de Kroatische schrijver Slobodan Šnajder (Zagreb, 1948) haalt die woorden aan omdat zijn volk vele gevulde bladzijden kent. Hij woont nu eenmaal in een deel van Europa waar de geschiedenis regelmatig ‘woest tekeer’ gaat. ‘Hier’, merkt hij op, ‘in dit NU, kookte de geschiedenis, en zelfs de kersenbomen in de tuinen aan de rand van de stad kwamen niet zelfstandig in bloei, maar probeerden die af te stemmen op de nieuwe opbloei van het volk.’

Hij is dan bijna aan het einde van zijn lange relaas. Het is begin jaren negentig en in Joegoslavië hitst het nationalisme Serviërs, Kroaten en Bosnische moslims tegen elkaar op tot een bloedige etnische oorlog. Na een veertigjarig vreedzaam intermezzo onder Tito, is het ineens weer net als tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de met de nazi’s collaborerende Kroatische nationalisten tegen de Servische partizanen vochten. Niet voor niets verzucht de verteller: ‘Alle oorlogen lijken op elkaar, alle legers doen al duizenden jaren hetzelfde… Het dronken soldatenvolk stort zich op de vrouwen en in elk kippenhok wordt er een verkracht… De mannen die daartegen in verzet komen, worden tot slaaf gemaakt…’

In zijn nawoord benadrukt Šnajder die continuïteit nog eens door te beweren dat zijn in 2015 gepubliceerde roman niet af te ronden is, omdat de twintigste eeuw nog lang niet voorbij is. Want hoewel zijn meeste personages aan het einde van zijn boek dood zijn, is alles waar ze voor staan zeer relevant voor de wereld van nu. Zo besef je door De reparatie van de wereld eens te meer waarom begrippen als ‘volk’ en ‘identiteit’ alleen maar ellende veroorzaken als ze van boven worden opgelegd. Maar ook hoe hardnekkig complottheorieën kunnen zijn en hoe groot de aantrekkingskracht van populistische politici is. Die laatsten noemt Šnajder moderne rattenvangers van Hamelen, die hun volgelingen de dood in jagen.

Meesterwerk
Šnajder heeft voor deze zinderende en door Roel Schuyt knap vertaalde roman over zijn ouders, die je zonder twijfel een meesterwerk uit de Europese literatuur kunt noemen, uiteenlopende literaire genres en stijlen uit de kast getrokken. Behalve een autobiografische familiesaga over de Volksduitsers in Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog, is het ook een schelmenroman over een gedeserteerde SS’er die iedereen, en vooral zichzelf, in de maling neemt, en een ideeënroman over migratie, assimilatie, identiteit, over rattenvangers van Hamelen, de continuïteit van de geschiedenis en de teloorgang van grote idealen. Maar vooral is het een filosofisch boek over een vernietigde wereld, die alleen gerepareerd kan worden door erop terug te blikken en onder woorden te brengen wat er nu werkelijk gebeurd is.

Daarbij hanteert Šnajder een bijzondere vertelvorm, want naast het chronologische verhaal staat in omlijnde kaders zo nu dan het commentaar van de nog niet geboren zoon van de beide hoofdpersonages, de SS’er Georg Kempf en de Kroatische communiste Vera, twee mensen die elkaar zouden hebben doodgeschoten als ze elkaar in de oorlog waren tegengekomen. Opgewekt, maar soms vol wanhoop, duidt deze commentator het gedrag van zijn aanstaande ouders en vooral van zijn vader. Zo vertelt hij je soms wat die niet ziet of had kunnen zien, zoals de fabrieksmatige vernietiging van de Joden in de kampen. Het maakt hem tot zijn vaders machteloze engelbewaarder, die staat te popelen om geboren te worden en zichzelf in het leven te storten, wat uiteindelijk ook gebeurt.

Georg Kempf wordt in 1919 geboren in het Kroatische stadje Nuštar, op zo’n 15 kilometer van Vukovar. Hij is een Volksduitser in het nieuwe Servische koninkrijk. Zijn stamvader is in 1769 uit Zuid-Duitsland als kolonist naar de vruchtbare gronden van Slavonië gelokt, dat sinds een paar jaar bij het Habsburgse rijk hoort.

In een paar generaties heeft de familie fortuin gemaakt. Georgs vader is een succesvolle handelaar in reuzel en doet vooral zaken met de lokale Joden. Maar zodra Hitler in 1941 Joegoslavië bezet en diens populistische geratel Nuštar binnendringt, heeft hij het ineens over ‘Wij, Duitsers’ en voelt hij zich een vreemdeling in eigen land, omgeven door vijanden, zijn Joodse zakenvrienden voorop.

Flirten
Georg studeert inmiddels geneeskunde en schrijft gedichten. In zijn vrije tijd flaneert hij over de promenade om met de mooie meisjes te flirten. Het Deutschtum van zijn vader interesseert hem niet. Sowieso hoort hij nergens bij en heeft hij geen echte passies, behalve drank en vrouwen dan. Daarom ook vraagt hij zich voortdurend af wie hij is en bij wie hij hoort – kortom waarom hij in hemelsnaam leeft.

Wanneer de Duitsers aan het Oostfront nederlaag na nederlaag lijden en steeds meer soldaten verliezen, worden de Volksduitsers ingelijfd bij de Waffen-SS. In april 1943 is Georg aan de beurt. Anders dan zijn vader, heeft hij niets op met de nazi’s, maar als het dan toch moet, wil hij zijn lot ‘roomser dan de paus’ ondergaan, omdat hij bang is dat zijn kameraden anders door zouden krijgen dat de zaak van Hitler hem niets kan schelen. Vanaf dat moment laat hij zich als een Mann ohne Eigenschaften meevoeren door de wind.

In mei 1943 wordt hij in Polen tegen de Armia Krajowa ingezet, het Poolse ondergrondse leger. Onderweg leest hij in een Baedekergids over een voortreffelijk hotel in het industriestadje Auschwitz. Hij wil er zeker een keer heen. Ook stuit hij op een aanbeveling van nazi-gouverneur Hans Frank: ‘Kom bij ons op bezoek, maak kennis met het prachtige land op de grens tussen Oost en West, dat de kenmerken van beide in zich verenigt; kom naar ons toe en zie dit schitterende stukje van de wereld waar wij het geluk hebben gouverneur-generaal te mogen zijn…’ Hoe idioot kun je het verzinnen?

Levend verbrand
In Polen blijkt alles nog ingewikkelder te zijn dan in Kroatië met zijn onderling strijdende groeperingen. ‘Alles was hier met elkaar vervlochten tot een bloedige kluwen die zich, zoals Kempf al na korte tijd begreep, niet liet ontwarren zonder dat daarvoor een hoge prijs betaald moest worden: een bijna complete vernietiging! Zodat de tegenstellingen elkaar ophieven – de totale triomf van het nihilisme!’

De nieuwe herbergier vertelt hem onverschillig, alsof het een voetbalwedstrijd betreft, wat er met de Joden van zijn stadje is gebeurd

De verteller vraagt zich dan ook af wat Georg wist van het absolute hoogtepunt van dat nihilisme, de moord op de Joden, omdat die er in het gebied waar hij actief is bijna niet meer zijn. Het antwoord op die vraag krijg je als Georg tijdens een patrouille met zijn peloton in een herberg belandt waarvan de Joodse eigenaar is verdwenen. De nieuwe herbergier, een Pool, vertelt hem onverschillig, alsof het een voetbalwedstrijd betreft, wat er met de Joden van zijn stadje is gebeurd: de meesten zijn vanuit het plaatselijke getto afgevoerd naar de kampen, maar zo’n vijftig die niet wilden vertrekken zijn opgesloten in de synagoge en verbrand.

Over de vermeende macht van de Joden zegt de herbergier even onverschillig: ‘Puur een verzinsel.’ En als Georg vraagt waarom ze dan door iedereen worden vervolgd, antwoordt hij: ‘omdat ze overal waar ze komen willen blijven wie ze zijn, anders dan alle anderen. Dat zet kwaad bloed, dat wordt door niemand geaccepteerd.’ Alsof je alleen kunt overleven door je bij de massa aan te sluiten en afstand te doen van je zelfbewustzijn en je verantwoordelijkheidsbesef. Precies daarin ligt het wezen van Šnajders roman. De grote vraag die hij stelt is namelijk hoe je je als individu kunt handhaven in een totalitair systeem ten tijde van een oorlog.

Georgs leven verandert drastisch wanneer hij weigert om in een represaille-actie vijf onschuldige Poolse burgers te executeren. Hij eet een rauwe aardappel en wordt doodziek. Een ander neemt zijn plaats in het vuurpeloton in. Zijn kameraden zien hem in het vervolg als een watje en hij telt dan ook niet meer mee.

Verwoest
Georgs ‘heldendaad’ bereikt het Poolse verzet, dat hem, als hij na een gevechtsactie gewond in een SS-lazaret ligt, via een mooie Poolse verpleegster overhaalt om naar hun zijde over te lopen. Zijn verraad heeft echter niets met zijn weerzin tegen zijn kameraden te maken, daarvoor is de SS te onbelangrijk voor hem. Wel moet hij nu voor het eerst in zijn leven een echte keuze maken.

Eenmaal ontsnapt is er evenwel geen spoor van die verzetsgroep te bekennen, waardoor hij wordt teruggeworpen op zichzelf. Georg wordt daardoor weer een individu, dat nergens bij hoort en verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Het is het begin van een mythische louteringstocht door het verwoeste Polen, die hem als een nieuwe Odysseus met alle aspecten van de menselijke conditie confronteert.

Er gebeurt nu zoveel, dat het zich bijna niet laat samenvatten. Een van de hoogtepunten is zijn ontmoeting met de wijze Joodse onderduiker Leon Mordechai, een onaardse figuur. Dagenlang trekken beide mannen met elkaar op. Ze voeren filosofische gesprekken over het waarom van alle geweld en vernietiging om hen heen. De religieuze Leon probeert de agnosticus Georg er niet alleen van te overtuigen dat de Joden door hun noodlot worden verlost, maar dat ook Himmler en Hitler zich na hun dood tegenover God moeten verantwoorden. ‘De wereld is een arena, een strijdperk van verlossing’, zegt hij. Alsof die wereld alleen na een vernietigingsoorlog gerepareerd kan worden. En ook hier dient zich de actualiteit aan, want hetzelfde kun je zeggen over het chaotische en beangstigende heden.

Met zulke universele discussies evenaart Šnajder de Russische schrijver Vasili Grossman. In diens grote epische roman Leven en lot (1959) wordt namelijk op een vergelijkbare wijze over het kwaad gediscussieerd, maar dan tussen een Russische krijgsgevangene en een SS-officier.

Liegen
Uiteindelijk vecht Georg als de partizaan Joeri Kempfovski aan de zijde van het Rode Leger tegen de Duitsers en de nationalistische Polen om na Hitlers nederlaag op de fiets naar Slavonië terug te keren, met een vrijgeleide van het Rode Leger op zak. Aan de veilige, communistische arm van Vera bouwt hij in het Joegoslavië van Tito een nieuwe identiteit op, waarbij hij zijn oorlogsverleden bij elkaar liegt.

Een van de meest betekenisvolle scènes in deze roman, die in zowel thematisch als stilistisch opzicht kan wedijveren met grote werken uit de wereldliteratuur als Leven en Lot en Oorlog en vrede, speelt zich af in Georgs geboortestad, kort na zijn terugkeer uit de oorlog. Alle Volksduitsers zijn verdwenen en zijn Kroatische vrienden omgekomen door de kanonnen van de Duitsers. Op de begraafplaats zoekt hij naar sporen van zijn familieleden, die hem vanuit het graf als in een droom toespreken. Zijn vader blijkt aan een hartstilstand in bed te zijn overleden, zijn moeder vond de dood onderweg toen ze in 1944, na een oproep uit Berlijn, naar Duitsland wilde terugkeren om het te verdedigen.

Het ene familielid spreekt vanuit zijn graf de hoop uit dat Georg geen slechte dingen heeft gedaan. Een ander zegt dat een Duitse soldaat nooit slechte dingen doet. Weer een ander zegt dat alle soldaten slechte dingen doen. Zo trekken de doden zich kibbelend terug in hun isolement. De buitenwereld is net als vóór 1941 ver weg. Totdat in 1991 de oorlog opnieuw losbarst en de begraafplaats door granaten wordt vernield. Een overstroming spoelt de doden weg en voert hen uiteindelijk via de Donau naar de Zwarte Zee. Opnieuw hebben ze geen rust en horen ze net als de Joden nergens bij.

2021-01-22 Michel Krielaars

Bestanden bij dit product
Back to top