Regentenwerk

Lauren Lauret
29,99
Op voorraad
SKU
9789044645064
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Lauren Lauret
ISBN9789044645064
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's352
Datum van verschijning20200617
NRC Recensie4 ballen
Breedte137 mm
Hoogte213 mm
Dikte32 mm
NRC boeken recensie
Nederland blijkt al eeuwenlang te houden van het kalme debat Parlementaire traditie Het loont om dit boek over de Nederlandse parlementaire traditie langzaam te lezen. Zelfs de eruditie kraaiende Thierry Baudet kan er nog wat uit leren. Parlementaire traditie. We werden er naar aanleiding van Thierry Baudets optreden in de Tweede Kamer onlangs nog aan herinnerd. Wijzend naar minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten: ‘Daar zit ze, de sluipmoordenaar.’ Meteen ingrijpen van de Kamervoorzitter, protesten via de interruptiemicrofoon: dit taalgebruik ad hominem past niet in onze traditie. Om het met een vaderlands parlementariër uit 1799 te zeggen: bedaarde woordkeus geniet de voorkeur boven de ‘figuuren der Retorica in een spectacul’. In tegenstelling tot ruwer parlementaire tradities in Engeland en Frankrijk blijkt Nederland al eeuwenlang te houden van het kalme debat. Calvinistisch achter-de-ellebogenwerk en jezuïetenstreken toegestaan, maar hou het wel graag beschaafd. Onze parlementaire cultuur is het onderwerp van Lauren Laurets indrukwekkende Regentenwerk. Vergaderen in de Staten-Generaal en de Tweede Kamer 1750-1850. Het is een polemisch boek, waarin de auteur zich afzet tegen het bestaande beeld van ons parlement onder koning Willem I van 1815-1840. Doorgaans wordt onze volksvertegenwoordiging in die dagen afgeschilderd als een ja-knikkercollege (Tweede Kamer) of ‘de ménagerie van de koning’ (Eerste Kamer). Het ligt anders, betoogt Laurets in dit gravende werk. In de ‘nieuwe’ Staten-Generaal van na Napoleon diende men slechts de natie als geheel te dienen, maar er bleef veel hangen van de oude achttiende-eeuwse praktijk, een wirwar van provinciale, familiaire belangen. Dresscode Lauret (1991) wijst ook op enkele resten van de vergadercultuur der Fransgezinde patriotten uit de jaren negentig van de achttiende eeuw. Niet voor niets spreekt ze in verband met ons parlement in 1815 van een ‘restauratie’, een realiteit die heel wat ouderwetser en ingewikkelder was dan het tot nog toe leek. Ook het beeld van Willem I als autocraat (dompteur van knikkers én ménagerie) blijkt niet één op één te kloppen. Fraai wordt in Regentenwerk het bewerkelijke systeem uitgebeend van koninklijke benoemingen en persoonlijke beloningen van ‘gehoorzame’ Kamerleden (de Orde van de Nederlandsche Leeuw bijvoorbeeld), waarmee onze eerste Oranjekoning poogde de Kamerleden naar zijn regie te doen blijven stemmen. Disclaimer voor de lezer: Laurets Regentenwerk is meer een boek voor de egel dan voor de haas. Kwesties als kledingvoorschriften (is een parlementair uniform gewenst?) komen voorbij, de kleur van linten en strikken of van bankjesbekleding, de symboliek van de Haagse Trèves- of Statenzaal, gepalaver over verbouwingen en al dan niet tijdelijke verhuizing van de vergaderplek, de Oranjetroon (wel of niet in de Tweede Kamer?). Het zijn allemaal minutieuze stukjes in de grote puzzel die in Regentenwerk voor ons in elkaar wordt gepast. Langzaam lezen Substantieel legstuk is het portret van J.E.C. Van Lynden, heer van Hoevelaken. Na een pre-Napoleontisch parlementslidmaatschap als provinciaal gedeputeerde, vond deze telg uit een wijdvertakte regentenfamilie zich in 1815 terug in de Tweede Kamer. Met goede voornemens: ‘Hij stelde de regententraditie in dienst van de legitimiteit van de nieuwe staat’. Een van al die jaknikkers, zou je denken. Hij was trouw aan de koning tot in alle stemverklaringen, enkele jaren zelfs Kamervoorzitter, tot tevredenheid van Willem I. Lauret nuanceert dit door te wijzen op Van Lyndens stilletjesweg pushen van provinciaal Gelderse belangen, als in 1818 de Jachtwet wordt behandeld, komt hij zelfs openlijk in verzet. Het jachtrecht is al sinds de Middeleeuwen een heerlijk recht, moet de adel dat nu óók nog inleveren? Hoevelaken blijft bovendien aan hem trekken. Na gedane Kamerzaken springt hij zo snel mogelijk in zijn hippomobiel met chauffeur om zich vanuit Brussel of Den Haag naar zijn innig beminde heerlijkheid terug te spoeden. Hij blijkt exemplarisch. Ik noemde haas en egel. Langzaam lezen dus, Regentenwerk. Maar de moeite wordt dik beloond. Zelfs de eruditie kraaiende Thierry Baudet kan er nog wat uit leren. Dit bijvoorbeeld. Lauren Lauret vertelt dat het Kamerlid d’Omalius in een Tweede Kamervergadering in maart 1820 ‘zich als een razend mens hees heeft geschreeuwd’ tegen de regering. Het was onze Van Lynden van Hoevelaken die hierop reageerde, door te verwijzen naar de 18de-eeuwse vergadermores waarin ‘goede verstandhouding, eensgezindheid en opoffering van geliefde denkbeelden’ de standaard waren. Een typisch Nederlandse, heel oude traditie. 2020-09-11 Atte Jongstra
Back to top