Station Osnabrück naar Jeruzalem

Hélène Cixous
22,50
Op voorraad
SKU
9789490334338
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
In Station Osnabrück naar Jeruzalem beschrijft Hélène Cixous een episode uit de complexe en kosmopolitische geschiedenis van haar moeders Joodse familie. Ze roept een verdwenen wereld op door familieverhalen over de Tweede Wereldoorlog te verweven met haar moeders jeugdherinneringen aan het vooroorlogse Osnabrück en lotgevallen van personages uit de literatuur. Je weet als lezer soms niet van wie de herinneringen of gevoelens zijn. Ook als Cixous de waarheid probeert te achterhalen, blijft ze jongleren met woorden, en vragen stellen. Is wat ze vertelt feit of fictie? Hélène Cixous (1937) is geboren in Oran (Algerije). Ze is schrijfster, letterkundige en filosofe. In 1974 richtte ze aan de Université Paris 8-Vincennes het eerste centrum voor vrouwenstudies in Frankrijk op. Met Ariane Mnouchkine creëerde ze vanaf 1984 vernieuwend toneel voor het Théâtre du Soleil. De laatste jaren publiceert ze vooral over de geschiedenis van haar familie.
Meer informatie
Auteur(s)Hélène Cixous
ISBN9789490334338
BindwijzePaperback
Aantal pagina's192
Publicatie datum20220412
NRC Recensie4 ballen
Breedte118 mm
Hoogte188 mm
Dikte15 mm
NRC boeken recensie

De taal van deze Franse schrijfster is volstrekt uniek

Hélène Cixous Pas op latere leeftijd schreef de auteur over de geschiedenis van haar joodse familie en delfde zo geheimen op.

Wie Hélène Cixous zegt, benoemt niet alleen een vrouw met een uitzonderlijke carrière, maar ook een wereld, een universum, een labyrint, een taal – uniek en onvergelijkbaar. Het autobiografische deel van haar oeuvre cirkelt rond plaatsnamen als Osnabrück, Oran, Jeruzalem en Parijs. Het zijn steden die het leven bepaalden van haar grootmoeder, haar moeder, haarzelf. Met haar moeder, die in 2013 op honderddriejarige leeftijd overleed, had ze een innige band. Station Osnabrück naar Jeruzalem cirkelt rond haar leven. ‘Je hebt altijd inlevingsvermogen gehad’, zegt de moeder tegen haar schrijvende dochter, ‘je hebt mij bedacht. Je schrijft en je denkt dat je ontdekkingen werkelijkheid zijn [...] ik ben geen fictie.’ Nee, haar moeder heeft ze niet verzonnen, haar geschiedenis ook niet. En toch heeft de tekst alle schijn van fictie – vanwege de stijl en de heel eigen registers.

In de kern gaat dit boek over de zoektocht naar een ‘onontwarbare stamboom’, die van de familie Jonas, van haar moeders kant. En passant komt ze die van de familie Klein (haar grootmoeder) tegen, evenals die van Nussbaum (van de schilder Felix Nussbaum), Frank en Van Pels (die beide voorkomen in Het achterhuis van Anne Frank). Allemaal zijn ze verbonden met Osnabrück. Cixous heeft, zoals ze schrijft, al gravend een glimp opgevangen van ‘ontelbare individuele grote en kleine tragedies’. Ze maakte kennis met ‘een gek die zijn kleine Jodin Zuckerkrönchen noemde’ en ze las over de nacht waarin de nazi’s de synagoge in brand staken.

Geheimen delven
‘Naar Osnabrück gaan’, schrijft Cixous, is zoiets als ‘naar Jeruzalem gaan’: het betekent geheimen delven, doden tot leven wekken. Ze vindt foto’s (onder andere van een afscheid op een station), ontdekt historische feiten (bijvoorbeeld dat in 1935 een derde van de 90.000 inwoners van Osnabrück demonstreerde voor het verwijderen van de 230 Joden in de stad).

Drie jaar later vertrok haar grootmoeder, Rosi Klein, dan ook om bij haar dochter te gaan wonen in Oran, Algerije. Die dochter, Ève, vroedvrouw van beroep, was getrouwd met een arts. Beiden waren Joods maar niet gelovig. Rosi Klein was de enige van haar familie die het overleefde. ‘Broers en zussen deportiert. Daarna ermordet.’

Voor haar kleindochter, Hélène Cixous, geboren in 1937, zong ze Duitse liederen, Goethe en Heine. Ze vertelde haar de verhalen en anekdotes uit haar familiegeschiedenis. Cixous ging Engels studeren, promoveerde op James Joyce, werd hoogleraar en maakte naam als geëngageerd schrijver. Zo was ze betrokken bij de oprichting van de fameuze, experimentele Université Paris VIII-Vincennes en richtte er later het eerste centrum voor vrouwenstudies op. Beroemd werd ze met het Théâtre du Soleil waarin ze samenwerkte met Ariane Mnouchkine (zoals voor de onvergetelijke tragedie Norodom Sihanouk, koning van Cambodja). Ook stond ze aan de wieg van het Centre National du Livre en het Internationale Schrijversparlement. Decennialang gaf ze college over onder anderen Clarice Lispector, Ingeborg Bachman, Franz Kafka, Montaigne en Maurice Blanchot en doceerde ze ‘écriture féminine’; generaties studenten zijn erdoor gevormd. Haar feministische essay De lach van de Medusa (1975) werd een internationale bestseller.

Een beladen stad
Pas op latere leeftijd wijdde Cixous zich aan de geschiedenis van haar familie. De nu in het Nederlands vertaalde titel Station Osnabrück naar Jeruzalem is onderdeel van het weefsel van verhalen dat ze steeds uitbreidt. Al in 1999 verscheen Osnabrück en samen met haar vriendin Cécile Wajsbrot bracht ze in Une autobiographie allemande (2016) haar gecompliceerde relatie tot Duitsland in kaart.

Naar Osnabrück, de stad waar het allemaal begon, de stad die zo vaak in haar gesprekken voorkwam, ging Cixous pas na het overlijden van haar moeder. Het was een beladen stad, er was niemand meer over die ze kon opzoeken. Ze kende er alleen doden, ‘mensen die springlevend zijn in boeken’. Enerzijds schrijft ze ‘Maman verwacht me’, maar het kon net zo goed mislukken, niet méér worden dan een ‘droom-die-niet-aankomt’. Met behulp van de ‘vervlochten herinneringen’, reconstrueert ze haar familiegeschiedenis, met ‘toevoeging van allerlei soorten vergetelheid’.

Cixous’ autobiografische werk kent een volstrekt eigenzinnig taalgebruik, vol neologismen, meerduidig taalgebruik en samentrekkingen, soms uit verschillende talen. Ze kan een zin beginnen en hem plots afbreken. Ze laat leestekens weg, wisselt binnen één alinea van perspectief of gaat van monoloog naar dialoog. Ze zet de schijnwerper op Duitse woorden: Angemeldet. Vertreibung. Vernichtung. Entrechtung. Achtung. Haar tong ‘ligt dwars’. Haar zinnen ‘stamelen in het Duits’. Haar teksten zitten vol referenties aan Shakespeare, Homerus en klassieke tragedies.

Het maakt het lezen van Cixous tot een complexe tocht door literatuur en geschiedenis, een avontuur waarbij je als lezer flink je best moet doen en voortdurend wordt uitgedaagd tot creatief lezen en associëren.

Vertaalster Désirée Schyns is er glansrijk in geslaagd de finesses van Cixous’ gecompliceerde taal in het Nederlands uit te lichten. Neem de manier waarop zij haat-liefde-verhouding van Cixous ten opzichte van het Duits verwoordt: ‘O zoete Duitse taal, zwierige kompaan der dichters, je werd behandeld als een Joods proefkonijn in het concentratiekamp, op je tedere poezenlichaam werden stukken krokodil getransplanteerd, ze hebben slagtanden in je woorden geplant’.

Vergeet de gruwelijke gebeurtenissen uit het verleden niet, lijkt Cixous ons op haar geheel eigen wijze toe te roepen. Wees waakzaam!

Net als haar moeder, die haar leven lang een koffer klaar had staan.

23-09-2022 Margot Dijkgraaf

Back to top